Ga rechtstreeks naarNavigatie, invoerveld:zoeken of deinhoud

Residenten weten perfect wat ze willen

In gesprek met Geert Uytterschaut

Geert Uytterschaut (49) is COO bij seniorengroep Armonea, de grootste privé-exploitant van woonzorgcentra in Vlaanderen, goed voor meer dan 6000 bewoners en ruim 4000 medewerkers. Hij is ook voorzitter van VLOZO (het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk). Vlozo vertegenwoordigt meer dan dertienduizend wooneenheden verspreid over gans Vlaanderen. Op het seminarie ‘De zorg van de toekomst, focus op zorgvastgoed’ tijdens de Healthcare expo te Brussel is Geert Uytterschaut één van de panelleden, naast William Barrault (Senior Relationship Manager Triodos Bank), Johan De Muynck (CEO Zorgbedrijf Antwerpen), Patrick Kerkhofs (Afgevaardigd Bestuurder Foyer de Lork en Probis) en Bert Van der Stockt (Financieel Directeur Zonnelied).

In een gesprek voorafgaand aan dit debat, gaat Geert Uytterschaut in op enkele thema’s: de evolutie van het zorgaanbod, de betaalbaarheid ervan en het complexe kluwen van regels.

"VLOZO wil de versnippering in het Vlaamse zorglandschap tegengaan, vandaar dat het Onafhankelijk Zorgnetwerk niet enkel initiatiefnemers van woonzorgcentra en assistentiewoningen samenbrengt, maar ook vertegenwoordigers uit de thuiszorg en het aangemeld herstelverblijf, , kinesitherapeuten, etc. Al deze mensen hebben precies dezelfde doelen én verzuchtingen. Als we hen kunnen samenbrengen, werken we dan ook ineens consequent aan het volledige zorgproces en denken we niet langer in vakjes. Dat moet de kwaliteit van zorg ten goede komen."

Hoe ziet VLOZO het zorgaanbod in de toekomst evolueren ?

"Er zijn enkele essentiële vragen. Welk aanbod willen we creëren, hoe gaan we dat betalen en vooral: hoe wil de Vlaming oud worden? De Vlaming wil vooral thuis blijven wonen, maar dat mag ons niet beletten een aanbod te creëren met veel meer keuze, innovatie en flexibiliteit waarbij de autonomie van de bewoner centraal staat. Vandaag creëren we nog teveel eenheidsworst waarbij we steevast focussen op het aantal vierkante meter per kamer, de grootte van de ramen ten opzichte van het vloeroppervlak, de breedte van de gang, etc. Kwalitatieve regels moeten er zijn, maar men mag er niet in overdrijven. Residenten van morgen, die perfect weten wat ze willen, zullen heus wel zelf beslissen of een kamer – hoe groot of hoe klein dan ook, met of zonder douche – voldoet aan hun wensen. We zien vandaag reeds een trend dat bewoners de aanwezige faciliteiten (keuze uit meerdere restaurants, welness -en fitnessmogelijkheden, ontmoetings –en ontspanningsruimtes, een bibliotheek,…) belangrijker vinden dan de afmetingen van de eigen kamer. Kleinschaligheid is daarbij zeker aan te moedigen vanuit de voorgeschiedenis van de resident, maar dat neemt niet weg dat kleinschaligheid kan geïntegreerd worden in een groot project. We moeten immers een bepaalde kritische massa hebben om het geheel te kunnen financieren en een breed aanbod aan faciliteiten te kunnen aanbieden. "

interview-geert_uytterschaut

« Ik denk dat de minister de laatste jaren heel veel goed werk heeft geleverd, maar we moeten er nu over waken dat we niet naar een ‘te’ gaan met: teveel regels, te bezorgd, te bekommerd en te strikt, …»

De overheid heeft de programmatie rond de assistentiewoningen losgelaten, er wordt vandaag in sneltempo heel wat extra aanbod gerealiseerd, is dat een goede evolutie?

"Het loslaten van de programmatie bij assistentiewoningen zorgt voor een sterke groei van het aanbod in Vlaanderen en dat is een goede zaak. Maar sensibilisering is op korte termijn nodig. Kent u het verschil tussen aangemelde assistentiewoningen en erkende complexen? De huidige wetgeving is zeker geen slechte wetgeving, want die bevordert immers het vrij ondernemen. Maar als we correct de noemer assistentiewoning willen blijven hanteren dan moet er een duidelijke link zijn naar de diensten die aangeboden worden. De echte ‘stand alone’-projecten kan je dan ook in vraag stellen. Een directe link met zorg- en dienstverlening in welke vorm dan ook, is noodzakelijk om een antwoord te kunnen bieden op de reeds aanwezige of toekomstige zorgvraag van de senioren. Het hoeft hierbij niet altijd om een woonzorgcentrum te gaan, evengoed betreft het een apotheek in het gebouw, een thuiszorgorganisatie aan de overkant van de straat, etc. We kunnen bijvoorbeeld een lijst maken met faciliteiten waarvan er één of twee op 500 meter van de Assistentie Woning moeten liggen, dat zou een stap in de goede richting zijn."

Waar gaan we in deze tijden van schaarste de middelen halen om het extra aanbod te realiseren?

"Financiële gezondheid is een absolute must in de zorgsector. De overheid hoeft zeker niet alles te financieren, maar moet wel alle initiatiefnemers op gelijke voet behandelen. Private investeerders zijn bereid een extra inspanning te leveren. Tevens zijn er eveneens mogelijkheden via crowdfunding, eigen fondsen, etc. Het taboe over winst in de zorg moet sneuvelen, eventuele winsten komen helemaal niet voort uit zorg en de bijhorende forfaits. Vandaag zijn er voldoende financiële middelen om nieuwe projecten op te starten. Ook gemotiveerde medewerkers en gronden zijn er voldoende. Het grootste probleem vandaag is de rechtsonzekerheid inzake erkenningen. Het feit dat je op het einde van de rit als initiatiefnemer geen zekerheid hebt op erkenning door de Vlaamse gemeenschap moet op korte termijn opgelost worden."