Ga rechtstreeks naarNavigatie, invoerveld:zoeken of deinhoud

PPS: One size fits all, or not?

De Chair in Public-Private Partnership (PPP) aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), gesponsord door Deloitte, Grontmij, KBC, Laga en Triodos Bank bracht voor haar 9e Advisory Board meeting een panel van experten samen om te debatteren over de toekomstperspectieven van PPS. De panelleden waren Paul Lievens (CFO Jan De Nul), Wouter Everaert (Business Unit Manager Infrastructuur bij PMV), Katrijn Quaghebeur (Departement Project Finance KBC), Wouter Thierie (Doctoraal onderzoeker VUB Leerstoel PPS) en moderator Werner Van Lembergen (Advocaat Laga).

30-06-2015 | De laatste tijd komt Publiek-Private Samenwerking (PPS) veelal negatief in het nieuws. We moeten ons evenwel hoeden voor een (te) negatieve teneur rond PPS. De afgelopen jaren zijn zeer veel geslaagde lokale PPS-projecten gerealiseerd met telkens een win-win situatie voor de overheid en de private sector. De herontwikkeling van de Blaionkazerne in Turnhout, het zwembad Sportoase in Brasschaat, de cluster van negen lokale sporthallen ondersteund vanuit Vlaanderen en het Militair Hospitaal (Groen Kwartier) in Antwerpen zijn positieve voorbeelden van meerwaardecreatie voor alle betrokken partijen. Er wordt intussen gesport op 35 kunstgrasvelden en tegen eind 2016 worden er 28 extra kunstgrasvelden opgeleverd. In Heist-op-den-Berg is sinds november 2012 een multifunctioneel sportcomplex beschikbaar. Er wordt gezwommen in Westerlo en Brugge, in zwembaden die via DBFM(O) procedures in de markt werden gezet. Dit en volgend jaar volgen Hoogstraten, Halle en Lanaken. Eind volgend jaar opent een nieuw woonzorgcentrum in Affligem zijn deuren en ook in heel wat andere domeinen zijn succesvolle lokale PPS-projecten gerealiseerd.

Steeds meer lokale overheden doen een beroep op Publiek-Private Samenwerking (PPS) om hun infrastructuur te vernieuwen. De nood aan extra investeringen is hoog. Veel van de huidige infrastructuur is verouderd en toe aan vervanging. “Door de vergrijzing van de bevolking zal de vraag naar extra investeringen in de zorgsector de komende jaren verder toenemen”, zegt Katrijn Quaghebeur (KBC). Gezien de beperkte budgettaire ruimte van veel lokale overheden en de doelstelling om maatschappelijk belangrijke infrastructuur gedurende langere termijn kwalitatief ter beschikking te stellen aan haar bevolking is Publiek-Private Samenwerking een interessant alternatief om de groeiende behoefte aan infrastructuur te beantwoorden. “Door de zoektocht van lokale overheden om op efficiënte wijze infrastructuur voor hun lokale bevolking ter beschikking te stellen kunnen we de komende jaren nog heel wat projecten verwachten rond sportinfrastructuur, zwembaden, politie- en brandweerkazernes, administratieve centra en OCMW-infrastructuur”, voorspelt Wouter Everaert.

Deze evolutie zien we ook in andere Europese landen terugkomen. Volgens Wouter Thierie is er een verschuiving aan de gang op de markt van Publiek-Private Samenwerking, waarbij de ‘zachtere’ sectoren, zoals de zorgsector, onderwijs en sportinfrastructuur steeds meer aan belang winnen. Tot 2005 werden PPS-constructies voornamelijk aangewend door nationale overheden om grote infrastructuurwerken in de transportsector te realiseren, zoals de aanleg van wegen, bruggen en tunnels en de uitbreiding van (lucht)havens. De afgelopen jaren gaan steeds meer regionale en lokale overheden samenwerken met de private sector om lokale infrastructuur te vernieuwen in deze ‘zachtere’ sectoren.
Als gevolg van deze evolutie is de Belgische PPS-markt op korte tijd sterk gediversifieerd met projecten in zeer uitlopende sectoren en verschillende grootteordes. “Als reactie daarop is een breed gamma ontstaan aan financiële producten waarbij naast banken ook andere spelers een grotere rol opeisen in de financiering van PPS-projecten”, zegt Katrijn Quaghebeur. “Zeker vlak na de financiële crisis was het niet eenvoudig om voldoende bancaire kredieten te krijgen”, zegt Paul Lievens die betrokken was op het A11 project voor de ontsluiting van Zeebrugge. Dat project geniet internationaal bijzondere aandacht omdat dit de eerste maal was dat voor de financiering van een greenfield PPS project een beroep werd gedaan op een publieke uitgifte van een obligatie op internationale kapitaalmarkten onder de paraplu van de Europese Investeringsbank en haar Project Bonds Credit Enhancement Initiative (PBCE). Maar Paul Lievens merkt op: “Voor zulke projecten heb je toch een minimumomvang van 250 miljoen euro nodig om de overhead kosten te dragen en het is minder toepasbaar voor kleinere projecten”.

Meerwaarde moet steeds voorop staan om voor PPS te kiezen. Ook voor kleinere, lokale projecten is het een uitdaging om meerwaarde tot uiting te laten komen door het opzet en structurering van een (PPS) project. Vooraleer de bouwwerken aangevat kunnen worden moet er heel wat voorbereidend werk gebeuren. Het voorbereiden en het deelnemen aan de aanbesteding is een tijdrovend en kostelijk proces. Steven De Schepper toonde aan dat de precontractuele kosten in een PPS-proces in uitzonderlijke gevallen kunnen oplopen tot 10% van het bouwvolume voor de private partij en dus een sterke impact kunnen hebben op de meerwaarde van PPS-projecten. Hierdoor behalen PPS-projecten niet altijd de verhoopte meerwaarde over de levenscyclus van het project.

In tijden van budgettaire krapte werden PPS-projecten gezien als een aantrekkelijk alternatief om infrastructuur te vernieuwen, zeker als ze buiten de begroting gehouden kunnen worden. In België was dit jarenlang de belangrijkste motivatie om voor PPS te kiezen. PPS werd vooral benaderd vanuit een budgettair oogpunt. Paul Lievens en Wouter Everaert besluiten “Het financiële aspect zou niet de belangrijkste drijfveer mogen zijn om een PPS-project te starten”. Er is een cultuuromslag nodig waarin het creëren van meerwaarde centraal staat en elk project op basis van eigen merites wordt beoordeeld.

Daarboven komt dat lokale overheden vaak onvoldoende vertrouwd zijn met het proces. Dit leidt tot vertragingen en soms zelfs terugtrekking van de aanbestedende overheid. “Verschillende entiteiten zijn nog te vaak naast mekaar bezig”, vindt Wouter Everaert. Kennis en leerervaring moeten veel beter worden uitgewisseld zodat er telkens kan worden teruggevallen op bestaande expertise uit andere PPS-projecten. Volgens Wouter Everaert werd er veel geleerd uit vorige projecten en moet deze knowhow nu gebruikt worden als springplank voor projecten in andere domeinen. De lokale overheden kunnen hierbij ondersteund worden met de kennis en ervaring die bestaat op het Vlaamse niveau.
Het clusteren van meerdere lokale projecten kan eveneens helpen om de kosten te beperken. Clusters van projecten kunnen leiden tot een kostenbesparende leercurve, zowel bij de overheid als bij de marktspelers en optimale inzet van expertise aan publieke en private kant. “Door verschillende gelijkaardige projecten samen te brengen in een cluster kunnen de contracten bovendien zoveel mogelijk geüniformiseerd worden”, zegt Wouter Thierie. Gebundelde projecten en gestandaardiseerde documentatie vormen de basis voor nieuwe initiatieven.

Over de VUB Chair in Public-Private Partnership

De VUB Chair in Public-Private Partnership voert onderzoek naar het potentieel en de succesvolle realisatie van Publiek-Private Samenwerkingsprojecten. De leerstoel werd opgericht in 2010 door de Vrije Universiteit Brussel, Deloitte, Grontmij en Laga en eind 2014 verlengd met 2 nieuwe partners, KBC en Triodos Bank. Naast het voeren van onderzoek binnen het thema PPS, organiseert de Leerstoel regelmatig activiteiten in samenwerking met de sponsors (Deloitte, Grontmij, KBC, Laga en Triodos Bank). Titularis van de leerstoel is Prof. Dr Lieven De Moor van de Faculteit Economische en Sociale Wetenschappen & Solvay Business School. De doctorale onderzoekers zijn Geoffrey Aerts en Wouter Thierie.
Voor meer informatie over dit persartikel kan u terecht bij Prof. Dr. Lieven De Moor (lieven.de.moor@vub.ac.be) en Wouter Thierie (wouter.thierie@vub.ac.be).

Meer weten over de leerstoel PPS:
http://www.vub.ac.be/leerstoel/universitair-expertisecentrum-pps

François Jacquet - Account Manager Project Finance

Hebt u ervaring met PPS-projecten?  Wij horen graag uw inzichten.

Vrije Universiteit Brussel