Ga rechtstreeks naarNavigatie, invoerveld:zoeken of deinhoud

Stap 3: Minimumeisen

Na het selecteren van ondernemingen met specifiek duurzame activiteiten (stap 1) en het bepalen van de ‘best-in-class’ ondernemingen (stap 2), worden ondernemingen getoetst op basis van de minimumeisen van Triodos Bank. Ondernemingen die zijn geselecteerd voor opname in het beleggingsuniversum van Triodos mogen niet betrokken zijn bij activiteiten die de totstandkoming van een duurzame samenleving op lange termijn wezenlijk belemmeren.

Ieder bedrijf wordt ten minste eens per drie jaar aan een grondige analyse onderworpen. In de tussenliggende periode wordt continue getoetst of bedrijven die in het beleggingsuniversum zijn opgenomen aan de strikte minimumeisen blijven voldoen. Indien een bedrijf niet of dreigt niet langer te voldoen aan onze beleggingscriteria dan kunnen diverse dialooginstrumenten worden ingezet om het bedrijf ter verantwoording te roepen. In het geval de dialoog niet de gewenste gedragsverandering oplevert, dan zal het bedrijf verwijderd worden uit het duurzame beleggingsuniversum van de Compartimenten.
Triodos Bank hanteert drie soorten minimumeisen bij de selectie van te financieren ondernemingen:

Productgerelateerd

Ondernemingen worden uitgesloten van financiering wanneer ze een van de hieronder beschreven producten maken of verkopen of diensten leveren. Als drempel voor uitsluiting geldt 5% van de bedrijfsomzet. Voor de verkoop van tabak wordt een drempel van 10% gehanteerd. Triodos Bank onderscheidt daarnaast vijf producten waarin enige omzet direct leidt tot uitsluiting: de productie van ’s werelds meest gevaarlijke stoffen, kernenergie, niet-conventionele gaswinning, niet-conventionele oliewinning en wapens. Voor de laatste vier producten geldt bovendien een strikt maximum voor indirecte betrokkenheid.
Zie hiervoor de beschrijving van de uitsluitingscriteria .

Procesgerelateerd

Ondernemingen worden uitgesloten van financiering wanneer ze herhaaldelijk, significant en zonder gedragsverandering betrokken zijn bij controversiële activiteiten. Naast de hieronder genoemde controversiële activiteiten is ook het leveren van een actieve bijdrage aan de totstandkoming van zeer controversiële projecten reden voor uitsluiting, tenzij voldoende garantie aanwezig is dat de invloed van de onderneming wordt aangewend om de mogelijk negatieve gevolgen van het project zoveel mogelijk te beperken. Het betreft met name grote damprojecten, de aanleg van olie- en gaspijpleidingen en mijnbouwprojecten. Bij deze projecten gaat het meestal om een optelsom van procesgerelateerde uitsluitingscriteria zoals de schending van mensenrechten, milieuschade en corruptie. Zie hiervoor de beschrijving van de uitsluitingscriteria .

Voorzorgsprincipe

Ondernemingen die actief zijn in sectoren met een verhoogd duurzaamheidrisico worden uitgesloten van financiering, tenzij zij een proactief beleid voeren om controverses te voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die actief zijn in mijnbouw, olie- en gaswinning, maar ook bedrijven actief in de voedingssector of het fabriceren van consumentengoederen. Het voorzorgsprincipe volgt de ontwikkeling van best practices van bedrijven en richt zich op beleid, programma’s, doelen en prestatiecijfers. Best practices illustreren de betrokkenheid van ondernemingen met deze vraagstukken en laten ruimte voor een continue update van de minimum standaarden. In toevoeging tot wat in de uitsluitingscriteria wordt vermeld, geldt het voorzorgsprincipe voor de volgende producten en activiteiten: alcohol, pornografie, bio-industrie, dierproeven, genetische modificatie, schending van arbeids- en mensenrechten, corruptie en milieuschade.