Hoe wordt de taks op de effectenrekeningen berekend?

De volgende drie voorbeelden illustreren de begrippen referentieperiode, referentietijdstip en gemiddelde waarde voor de belastbare financiële instrumenten waarmee de belastbare grondslag wordt berekend.

Voorbeeld 1

Op 10 maart 2018 is X de enige titularis van een effectenrekening bij een tussenpersoon.

De gemiddelde waarde van de op die rekening ingeschreven ‘belastbare financiële instrumenten’ wordt berekend op basis van hun waarde op de volgende drie ‘gewone referentietijdstippen’:

  • de waarde op 31 maart 2018, bijvoorbeeld 200.000 EUR
  • de waarde op 30 juni 2018, bijvoorbeeld 210.000 EUR
  • de waarde op 30 september 2018, bijvoorbeeld 230.000 EUR

is gelijk aan 213.333 EUR = (200.000 EUR + 210.000 EUR + 230.000 EUR)/3.

Voorbeeld 2

Op 10 maart 2018 is X de enige titularis van twee effectenrekeningen A en B bij eenzelfde tussenpersoon.

De totale gemiddelde waarde van de ‘belastbare financiële instrumenten’ op de A- en B-rekeningen is gelijk aan de som van de gemiddelde waarden van de 'belastbare financiële instrumenten' op rekening A en op rekening B.

De gemiddelde waarde van de ‘belastbare financiële instrumenten’ op rekening A, wordt berekend op basis van hun waarde op de volgende drie 'gewone referentietijdstippen':

  • de waarde op 31 maart 2018, bijvoorbeeld 200.000 EUR
  • de waarde op 30 juni 2018, bijvoorbeeld 210.000 EUR
  • de waarde op 30 september 2018, bijvoorbeeld 230.000 EUR

is gelijk aan 213.333 EUR = (200.000 EUR + 210.000 EUR + 230.000 EUR)/3.

De gemiddelde waarde van de ‘belastbare financiële instrumenten’ op rekening B, wordt berekend op basis van hun waarde op de volgende drie 'gewone referentietijdstippen':

  • de waarde op 31 maart 2018, bijvoorbeeld 400.000 EUR
  • de waarde op 30 juni 2018, bijvoorbeeld 380.000 EUR
  • de waarde op 30 september 2018, bijvoorbeeld 370.000 EUR

is gelijk aan 383.333 EUR = (400.000 EUR + 380.000 EUR + 370.000 EUR)/3.

De totale gemiddelde waarde van de ‘belastbare financiële instrumenten’ op de A- en B-rekeningen bedraagt 596.666 EUR = 213.333 EUR + 383.333 EUR.

Voorbeeld 3

Op 10 maart 2018 zijn X, Y en Z medetitularissen van één effectenrekening bij een financiële tussenpersoon.

De gemiddelde waarde voor elke medetitularis van de ‘financiële belastbare instrumenten’ op deze rekening, wordt berekend op basis van de 'proportionele delen' (1/3) van elk van hen op de drie volgende 'gewone referentietijdstippen':

  • de waarde op 31 maart 2018, bijvoorbeeld 1.200.000 EUR/3 = 400.000 EUR
  • de waarde op 30 juni 2018, bijvoorbeeld 900.000 EUR/3 = 300.000 EUR
  • de waarde op 30 september 2018, bijvoorbeeld 600.000 EUR/3 = 200.000 EUR

is gelijk aan 300 000 EUR = (400.000 EUR + 300.000 EUR + 200.000 EUR) /3