Wat is alledaagser dan kleren aantrekken? Ze beschermen ons tegen koude en regen, en onthullen onze persoonlijkheid en culturele achtergrond. Maar soms heeft de productie ervan haar geheimen. Want achter onze kleding gaat een immense business schuil, waarvan de ecologische en maatschappelijke gevolgen zeker niet te onderschatten zijn. 


Meestal hebben we geen idee van die gevolgen, ook al komen ze soms aan het licht. Dat was het geval in 2013, toen in Bangladesheen gebouw met confectieateliers instortte, waarbij ruim 1.100 slachtoffers vielen. Toch is die tragedie maar het zichtbare puntje van de ijsberg die ‘fast fashion’ heet en die nog steeds groeit, ten koste van mens en milieu. Triodos Investment Management (Triodos IM) heeft een analyse gepubliceerd die de excessen van dit model aan het licht brengt*. Of de goedkope mode-industrie in haar hemd gezet, als het ware. 


Een gigantische industrie met een enorme impact

 
In 2020 was de kledingindustrie goed voor 1.500 miljard dollar, een cijfer dat tegen 2025 nog met 50 % kan toenemen, en dat een zware ecologische en klimaatvoetafdruk met zich meebrengt: de sector zou verantwoordelijk zijn voor 8 tot 10 % van de broeikasgasemissies (BKG) en voor 20 % van de lozingen van industrieel afvalwater

Uiteraard spelen de productieprocessen een belangrijke rol. Het toenemende gebruik van synthetische vezels (afkomstig van de petrochemie) leidt tot meer niet-recycleerbaar afval en vervuiling van de oceanen door microplastics. En de (de)lokalisatie van de confectie naar opkomende landen verhoogt de factuur nog, want die landen zijn sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen, vooral steenkool. Bovendien biedt de lokale wetgeving weinig bescherming voor de werknemers en het milieu.


Fast fashion, niet echt een modelbusiness 


Maar het probleem gaat veel verder dan de materialen en productieprocedés. Het is een volledig bedrijfsmodel dat ter discussie staat, dat van de fast fashion, dat gericht is op de versnelde productie van een steeds grotere hoeveelheid kledingstukken die een kort leven beschoren zijn. Zo is het aantal gekochte stuks per persoon tussen 2000 en 2020 verdubbeld (gegevens voor het Verenigd Koninkrijk) terwijl de levensduur ervan met 36 % is gedaald. Resultaat: elke seconde wordt de lading van een vrachtwagen met kleding verbrand of op een vuilnisbelt gestort

“De mainstream-merken zijn machtige beursgenoteerde organisaties”, verduidelijkt Johanna K. Schmidt, Investment Strategist voor TIM. “Die grote spelers kunnen hun winsten opkrikken door hun marktinvloed te laten gelden in de toeleveringsketen.“ Ze gebruiken hun bijna-monopolie om druk te zetten op hun leveranciers, die de risico’s dragen en op hun beurt de druk op het milieu en de werknemers verhogen. Aan de andere kant van de keten benutten de groepen hun economisch gewicht en de vuurkracht van hun marketing om het kopersgedrag te sturen en chronische ontevredenheid te creëren, met behulp van nieuwe collecties die erop gericht zijn de kleding die enkele maanden eerder gekocht werd oubollig te doen lijken. Tegelijkertijd worden die gevolgen via uitbesteding en delokalisatie goed verborgen gehouden voor de consumenten. Door zich op dit model te baseren kon een groep zoals Inditex (Zara, Massimo Dutti) haar inkomsten tussen 2000 en 2020 verveertienvoudigen. Een prestatie waar we helaas niet meer achter kunnen staan. Daarom werd Inditex, ondanks positieve acties en aanzienlijke engagementen, onder meer op het vlak van waterverbruik en duurzaamheid van materialen, dan toch uit de Triodos-beleggingsfondsen geschrapt.


Dringende nood aan vertraging 


Naast de desinvestering in een funest bedrijfsmodel, wil Triodos IM een ‘slow fashion’ promoten die op nieuwe fundamenten gebaseerd is. De industrie moet haar producten opwaarderen via hun functionaliteit, hun intrinsieke kwaliteit en recycleerbare materialen. Ze moet ook haar productiedoelstelling verlagen door goederen met een langere levensduur, een tweede leven (hergebruik) of een ‘ander leven’ (recyclage) aan te bieden. Tot slot moet de industrie haar doelstellingen en waarden opnieuw bepalen in het voordeel van een duurzaam en circulair bedrijfsmodel, dat rekening houdt met de limieten van onze aarde. 


‘Slow fashion’ veronderstelt een andere industriële en maatschappelijke visie op mode. In plaats van aan te zetten tot overconsumptie moeten de ondernemingen hun communicatie afstemmen op de opwaardering van kwalitatieve producten en sensibiliseren voor de reële kosten en gevolgen. Transparantie over de hele toeleveringsketen is van cruciaal belang. Zo zouden de etiketten de verdeling van de kosten, het verbruik van middelen, de BKG-emissies en de lonen moeten vermelden. 


Investeren in een verdienstelijk model


Het regel- en wetgevend kader moet ook veranderen om te vermijden dat ondernemingen zich op een goedkope manier een groen imago kunnen aanmeten, maar duurzame investeringen kunnen nu al de richting voor de transitie aangeven. Naast de strikte uitsluitingscriteria en de minimale vereisten op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen, moeten de door Triodos IM geselecteerde ondernemingen een positieve impact hebben in een van de twee transitiedomeinen ‘Circulaire economie’ en ‘Welvarende en gezonde bevolking’. Adidas is een voorbeeld van die strategie. Sinds kort zet het bedrijf in op de ontwikkeling van een innovatief materiaal op basis van cellulose die afkomstig is van FSC-houtpulp en landbouwafval. Door de productie van deze vezel liggen de koolstofemissies 65 % lager dan bij katoen en wordt er 99 % minder water verbruikt. Deze 100 % bio-afbreekbare vezel moet tegen 2025 in 90 % van de producten worden gebruikt. 


Vandaag de dag moeten we afstappen van een model dat gericht is op maximale winsten via de overconsumptie van ‘wegwerpproducten’ en een visie volgen waarbij kwalitatieve en duurzame kleding met een correcte prijs (opnieuw) een tijdloze klassieker wordt.


* Dress to change. A fashion business model for planet and people. TRIODOS INVESTMENT MANAGEMENT. Lees de volledige studie van Triodos Investment Management op triodos.be