
Tijdens zijn werk als kinderarts bij Artsen Zonder Grenzen (AZG) en Dokters van de Wereld belandde Daan Van Brusselen soms in situaties en op plaatsen die wij ons moeilijk kunnen voorstellen. Gelukkig schrijft hij zo vlot en scherpzinnig dat het lijkt alsof je erbij bent. Je deelt als lezer zijn verwondering en verontwaardiging. Hij verbindt de punten tot een groter plaatje. En hij reikt oplossingen aan. Dat alles maakt van zijn boek een echte eye-opener.
Zo kom je er in zijn spoor achter wat voor een sluipmoordenaar luchtvervuiling is. Zijn eerste opdracht voor AZG is in 2015 in het Pakistaanse Quetta, dan in handen van de lokale Taliban. Terwijl hij voor het eerst in zijn leven alleen een thoraxdrainage uitvoert bij een kind met een complexe longontsteking, zegt zijn lokale collega dat die longontstekingen meer lijken voor te komen naarmate het verkeer in de stad toeneemt. Op dat moment kan hij er niet meteen bij stilstaan, maar later, in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince, waar “de lucht zo zwaar en vettig is dat je hem haast kan vastpakken”, valt hem de grote stroom astmapatiëntjes op.
Hij verdiept zich erin en komt uit bij heldere feiten: op de spoed van een lokaal ziekenhuis steeg het aantal astmapatiënten op enkele jaren met 25%. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zwangere vrouwen die blootgesteld zijn aan luchtvervuiling, meer kans hebben dat hun kind later astma ontwikkelt. De Wereldgezondheidsorganisatie linkt maar liefst de helft van de overlijdens door lage-luchtweginfecties bij kinderen in het Globale Zuiden aan vervuilde lucht.
Uw bevindingen over luchtvervuiling leidden u naar Congo, waar mijnbouw de gezondheid van pasgeboren kinderen schaadt. Hoe bent u daarbij gekomen?
Daan Van Brusselen: "Alles is begonnen met een met een open ruggetje in de Amazone-regio. Tijdens mijn opleiding als kinder- en tropenarts deed ik voor het eerst een lange buitenlandse opdracht in 2011 in Ecuador. In het ziekenhuis kwam een kindje binnen met spina bifida, een open ruggetje, dus ik dacht aan een tekort aan foliumzuur bij de moeder. Vaak nemen zwangeren er, in tegenstelling tot bij ons, immers geen foliumzuur. Het waren mijn lokale collega’s die me zeiden dat ze wel meer open ruggetjes zien in Lago Agrío. Die naam betekent ‘zuur meer’ en die kreeg de regio na een gigantisch historisch olielek. En olielekken gaan klassiek gepaard met veel metaalvervuiling. Op dat moment was er nog niet echt duidelijk beschreven dat dat soort vervuiling meer geboorteafwijkingen met zich meebrengt."
"Terug in België kwam ik in contact met de Leuvense professor Ben Nemery, naar aanleiding van mijn rol in het onderzoek rond de overkapping van de Antwerpse ring. Hij stelde me voor om een doctoraat te maken. Een van de studies ging over de mijnwerkers in de Congolese regio Lubumbashi, die opvallend veel kinderen met geboorteafwijkingen hebben. Tijdens mijn onderzoek stelden we inderdaad vast dat mijnwerkers in de metaalindustrie daar vijf keer méér kans hebben op kinderen met aangeboren afwijkingen. Een van de typische aangeboren afwijkingen waren open ruggetjes. Dus wat mijn collega’s in de Amazone mij verteld hadden, hebben we wetenschappelijk hard kunnen maken."
Wat het nog erger maakt is dat de metalen die in die Congolese regio worden gemijnd om de energietransitie mogelijk te maken. In dat verband hebt u het over ‘groen kolonialisme’. Hoe ziet u dat?
"Het is superbelangrijk dat we verder gaan met de groene transitie, maar niet op de manier zoals we nu bezig zijn. Voor die metalen worden mensen in het Globale Zuiden blootgesteld aan metaalvervuiling, terwijl dat met relatief eenvoudige ingrepen te verhelpen is. Het gaat vaak om open mijnen waar je water kunt vernevelen zodat het stof op de grond valt en de mijnwerkers er veel minder van inademen, want dat leidt tot schildklierproblemen en hartspierafwijkingen. Of je kunt ervoor zorgen dat de werkers niet in hun blauwe overal naar huis gaan, want die zit vol toxische stoffen die ze dan thuis bij hun zwangere vrouw introduceren, wat mogelijk tot die geboorteafwijkingen leidt. Met een aantal eenvoudige arbeidsgeneeskundige maatregelen kun je dus al veel voorkomen.
Wat daarentegen niet helpt, is dat grote autoproducenten of bedrijven zoals Apple, die weet hebben van de slechte reputatie van Congolese grondstoffen, hun metalen in China kopen. Vervolgens beweren ze dat ze niets met Congolese mijnbouw te maken hebben, terwijl die Chinese bedrijven daar wel hun grondstoffen halen. Dat we dat zomaar aanvaarden, vind ik een vorm van groen kolonialisme. De keten moet veel transparanter, zodat het duidelijk is waar de metalen echt vandaan komen en welke arbeidsgeneeskundige maatregelen daar gelden."
Antibioticavervuiling komt ook in uw boek aan bod. Hoe komen we daaraan?
"Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie wordt twee derde van de antibiotica die voor mensen worden gebruikt, eigenlijk in de veeteelt gebruikt. Die komen niet alleen in vlees, maar uiteindelijk ook in het afvalwater terecht. Bij kleine beken die traag stromen, blijven die stoffen veel langer ter plaatse. Ze verspreiden zich over de velden en vinden op die manier ook hun weg naar de gewassen die wij eten. Een leefomgeving met veel antibiotica maakt bacteriën resistent, en infectieziektes moeilijker te behandelen. In Haïti heb ik een uitbraak van heel resistente bacteriën meegemaakt op een afdeling voor pasgeborenen. De antibiotica voor dit soort resistente bacteriën heb je daar niet voor handen en dan zijn die kinderen een vogel voor de kat. Als kinderarts vind ik dat onaanvaardbaar."
Wat kunnen we eraan doen?
"Meer plantaardig en meer biologisch eten zijn het meest voor de hand liggend. Want dat betekent globaal minder sojaplantages en minder industriële veeteelt. Die afbouw is belangrijk voor de klimaatopwarming. Maar het betekent lokaal uiteindelijk ook minder antibiotica en pesticiden op het bord van jouw kind. Het is een van de koppelkansen bij uitstek waarmee je de planeet én je kind gezonder kunt houden."
Als kinderarts zonder grenzen staat u regelmatig voor moeilijke keuzes. In DR Congo was er een kind met kanker dat u niet verder kon behandelen, in Pakistan moest de tuberculosetherapie in een kinderafdeling worden stopgezet. Hoe gaat u daar als mens mee om?
"Enerzijds besef ik dat ik een heel andere realiteit binnenstap. Als je op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis in Oost-Congo binnenkomt, dan ligt die vol met kinderen die er even erg of erger aan toe zijn dan de patiëntjes bij ons op de afdeling intensieve zorgen voor kinderen. De leefomstandigheden zijn er nu eenmaal heel anders. Er is oorlog en conflict. Er is ondervoeding. Er is heel veel kindersterfte door diarree, longontsteking, malaria of tuberculose … zaken waar je bij ons niet meer aan overlijdt. En ja, op een bepaalde manier went dat, want je weet dat er bijna elke week kinderen overlijden en je probeert met de middelen die je hebt zoveel mogelijk kinderen erdoor te halen. Maar op een andere manier went dat ook niet, aan ouders moeten zeggen dat we moeten stoppen met behandelen en dat hun kindje het niet gaat halen. Een kind dat overlijdt is het ergste dat je kunt meemaken, dat is overal ter wereld zo. Dat komt heel erg binnen. Maar een half uur later ben je weer zo bezig met de realiteit van de dag, en met de vele andere zieke kinderen voor wie je het beste probeert te doen, en dat helpt, net als de afwisseling met werken in België."
De oplossingen die professor Van Brusselen in zijn boek aanreikt voor onder meer antibioticavervuiling en luchtvervuiling, zijn geen complexe nieuwe technologieën die nog in de kinderschoenen staan, maar juist vrij eenvoudig in te voeren maatregelen. Biovoeding, circulatieplannen, rekeningrijden. Wat houdt ons tegen? De prijs? Nochtans betekent minder vervuiling, naast gezondere kinderen, ook minder hoge ziektekosten.
Wat houdt er ons tegen, professor?
"Voor een groot stuk gaat het om politieke keuzes. Een lage-emissiezone (LEZ) vermindert het puffergebruik bij kinderen met 13 %. Dat is heel goed, maar door een circulatieplan zal het gebruik nog véél meer dalen. Dat zie je wanneer je de resultaten van de LEZ in Gent met die van Antwerpen vergelijkt. Gent heeft een circulatieplan en de stikstofdioxidewaarden die typisch zijn voor luchtwegproblemen en longfunctieontwikkeling bij kinderen, liggen er nog een stuk lager dan in Antwerpen, dat alleen een lage-emissiezone heeft. Die weert alleen de meest vervuilende auto’s, terwijl een circulatieplan ervoor zorgt dat er gewoon minder auto’s rondrijden. Dus een circulatieplan is zinvoller dan een lage-emissiezone.
Maar dat vergt moedige keuzes, en sommige partijen mikken toch nog altijd op middenklassegezinnen die graag met hun auto tot aan de eigen voordeur rijden. De beslissing nemen om daar in grote steden met veel luchtvervuiling paal en perk aan te stellen, door te knippen in grote straten, door in te zetten op deelauto’s, op een andere mobiliteit … dat vergt wel wat politieke moed en die ontbreekt vaak. In Parijs is het vervoer met de privéwagen de laatste jaren met 40 % gedaald dankzij dat soort ingrepen. Schoolstraten zijn er niet alleen ’s ochtends en ’s avonds eventjes afgesloten, maar permanent gesloten voor auto’s. Dus kunnen ze er veel meer groen aanleggen, wat ook allergieën voorkomt. Kinderen worden er minder blootgesteld aan luchtvervuiling, net op de plek waar ze het meeste uren van de dag doorbrengen."
En dat moet van het beleid komen?
"Ja, want de meeste mensen gaan niet minder met de auto rijden of vaker de fiets nemen omdat ze denken ‘nu ga ik eens iets voor de planeet doen’ of ‘ik ga eens wat meer bewegen’. De hoofdreden is toch nog altijd omdat je gewoon gemakkelijker van A naar B raakt met de fiets, in steden als Kopenhagen en nu dus ook in grote stukken van Parijs. Het is gewoon logischer en simpeler. Dankzij de moedige politieke keuzes die daar gemaakt zijn."
"Die moed is ook nodig in het PFAS-verhaal. Een type van deze chemicaliën, TFA, wordt gebruikt in pesticides, wat een enorm drinkwaterprobleem geeft in landbouwregio’s zoals West-Vlaanderen. En wat doet de minister? De norm verhogen! Nochtans weten we dat kinderen met hoge PFAS-blootstelling meer infectieziekten doormaken en minder goed reageren op vaccinaties. Dat zou toch genoeg moeten zijn om deze stoffen uit onze voeding en uit ons drinkwater te weren? Zodat we niet de rekening gepresenteerd krijgen via onze watermaatschappij, die het probleem maar moet zien op te lossen? Economie wordt nog te vaak boven volksgezondheid geplaatst, en kinderen, die het meest kwetsbaar zijn omdat hun lichaam en immuunsysteem nog in volle ontwikkeling zijn, worden als collateral damage beschouwd. Persoonlijk vind ik dat als kinderarts absoluut onbegrijpelijk. Die mentaliteit moeten we echt ontgroeien."
Dan hopen we dat iedereen, ook beleidsmakers, uw boek leest. Bedankt voor dit gesprek.




Bedankt voor je reactie!
Bevestig je reactie door op de link in je e-mail te klikken.